donderdag 29 september Rome zon
Rond negen uur gaan we bij de beveiliging aan de zijkant van het Vaticaan weer door een poortje en daarna vraagt Ennio aan de Zwitserse Garde waar we ons testimonium kunnen halen. Dan volgt er nog een bewaker, die ons vertelt achter welke ingang Don Bruno Vercesi zit. Don ontvangt al jarenlang de pelgrims en doet dat zeer zorgvuldig. Ennio laat zich in een vlaag van enthousiasme het woord bureaucratie ontvallen, dat laat Don zich niet zomaar zeggen, en hij neemt ons weer mee naar buiten en Ennio moet precies vertellen via welke weg we zijn binnen gekomen. Als we eenmaal zitten begint Don met een verhaal in het Italiaans, en dan kunnen onze namen worden bijgeschreven in het register, een dik boek, dat hij angstvallig bewaakt. Hij neemt er de tijd voor, deze zitting heeft bijna een uur geduurd. Dat kan alleen omdat er hoogstens een paar duizend pelgrims in Rome aankomen. Om kwart voor twaalf kunnen wij ons testimonium ophalen en zal hij ons rondleiden in de catacomben van de San Pietro. Omdat Ennio de trein van één uur neemt, gaat Don voor hem direct een testimonium laten maken. Hij blijft zeker twintig minuten weg, een kardinaal moet de oorkonde ondertekenen. Daarna kunnen we kiezen voor de basiliek of het plein, en het wordt de eerste, want anders moeten we wederom door de beveiliging en nu gaan we via de secretarie naar de basiliek. Hier nemen we afscheid van Ennio. Ik bedank hem voor de inbreng die hij op de groep heeft gehad. Z'n ogen worden wat vochtig, afscheid nemen is een beetje sterven, dat geldt ook voor mij, want hij is een van de aardigste en leukste Italianen die ik heb leren kennen. Ik hoop hem nog een keer terug te zien, in Nederland voor een looptocht.
We hebben de baseliek gisteren al bekeken, ik loop nog een keer rond en maak wat foto's, dan ga ik op een rand marmer zitten om wat te schrijven.
Om half twaalf staan we zoals afgesproken bij de ingang naar de secretarie, maar van de bewaking mogen we niet passeren. Een kwartier later blijkt waarom, een stoet van zo'n vijftig kardinalen en bisschoppen schuifelt zingend voorbij. Vijf minuten later wordt de toegang vrijgegeven. In de secretarie aanschouwen wij voor mensenogen een uniek tafereel: de stoet hooggeplaatste geestelijken is zich aan het omkleden. En wij mogen van de bode daar tussendoor lopen naar Don Bruno.
Er zijn meer pelgrims in de kamer van Don: Svetlana en Valentina, twee Duitse mannen, een jong stel uit Zwitserland, en een vrouw uit Australië die momenteel haar vriend kwijt is. Don geeft uitgebreide uitleg over het allerheiligste gebied in de San Pietro, waar de restanten van de apostel Petrus liggen. Arnoud en Valentina leggen een brief neer op de tafel en gaan in gebed. Het is minutenlang stil, ik voel een zekere spanning. In de galerij rond de kapel staan de beelden van alle apostelen. Wij gaan de kapel van Europa in. Don heeft drie bijbels in het Frans, Engels en Duits meegenomen en laat verschillende pelgrims de tekst van een brief van Petrus lezen, daarna stelt hij ons de vraag wat de belangrijkste gebeurtenis is voor het Christendom. Het antwoord is, dat Jezus zijn leven heeft gegeven. Don gaat hier verder op in.
Na een gebed verlaten we de kapel en gaan terug naar de ontvangstkamer, waar Don Bruno ons het testimonium overhandigt.
Het is tegen half twee als we buiten staan. Onze magen knorren, we zien een eettent, maar ik vind alles verschrikkelijk duur en erger nog, het is er zo lawaaiig, dat ik weer naar buiten loop en op zoek ga naar wat beters. De anderen volgen, maar naar ze later vertellen zijn ze toch weer naar binnen gegaan, toen ik mijn broek even inkortte.
Alleen in Rome. Ach, er zijn ergere dingen. Eerst uit de herrie en drukte. Ik loop richting de Tiber, passeer de Ponte Vittorio Emanuele II en zie een kebabzaak, kijk en dan gaan we praten. Als het meisje mij de pizzakebab overhandigt, zegt ze dat het haar eerste is. Nou ja, je moet van onderaf beginnen. Op de kerktrap van de San Giovanni (Sint Jan, hoe toepasselijk) stil ik mijn honger en kijk op de kaart om te bepalen wat ik zal gaan doen. Ik ben al verschillende keren in Rome geweest, en de hoogtepunten heb ik wel gezien. Het wordt toch de omgeving van de Fori en het Colosseum, daarna pak ik de metro naar de Piramide om uit te zoeken waar ik morgenochtend de trein moet pakken naar het vliegveld.
Lopend naar het ostello had ik hem al gezien, een man met twee honden, een gitaar en een grote knapzak. Die zou wel eens bij het ostello kunnen aankloppen en ja, daar staat hij voor de deur, Jan uit Meppel. Hij is zeven maanden onderweg, heeft slechts vier nachten op een bed geslapen, leeft van wat hij krijgt, bedelen doe je volgens Sint Franciscus niet, hij ging met één hond van huis, de tweede heeft zich bij hun aangesloten, en hij gaat met God. Elisabeth komt naar buiten, ze vindt het verschrikkelijk dat Jan niet mag overnachten, de regels van de zusters zijn streng, geen honden en katten. Ze doet nog een vergeefse telefonische poging om de honden elders onder te brengen.
Arnoud laat zich de voeten wassen door Elisabeth en Elena, zoals Jezus de voeten van zijn leerlingen waste aan de vooravond van het Paasfeest.
Elena heeft minestronesoep gemaakt, het ruikt goed, met de stukjes vlees en salade vormt deze voor mij het laatste avondmaal van mijn voettocht naar Rome.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten