zaterdag 3 september Calandasco - Mortale 17 km 08:20 - 13:00 zon
Moeder wenst ons na de afrekening een goede tocht.
Nadat we eerst nog landelijk lopen, komen we terecht op de toegangsweg naar Piacenza, heel vervelend met veel verkeer. Als ik voorstel koffie te drinken hoeft het niet, maar nog geen kilometer verder heeft Claude er behoefte aan. Tot zijn ergenis is er geen toilet in de bar. Hij schrijft een wat afsnijdende route op en heeft het over het nemen van de bus, hij heeft het niet zo op het lopen door stedelijk gebied. Ik wil echter wel het centrum zien, de route loopt erdoor. Als we weer even onderweg zijn ben ik hem opeens kwijt, ik wacht nog een paar minuten en loop dan door.
Piacenza is een forse stad met een fraaie kern en uiteraard veel historische bouwwerken. Er is markt en de straten zijn overvol.
Bij San Lazzoro zie ik Claude door het raam. Hij is toch gaan lopen, en op mijn vraag waarom hij niet even waarschuwt als hij een andere weg inslaat, geeft hij het antwoord dat hij dat toch in de bar had gezegd. Kennelijk is het Nederlands als je de ander waarschuwt dat je weggaat, ik ben het van mijn Nederlandse loopmaatjes in ieder geval zo gewend.
Ik breng mijn schoenen naar de schoenmaker, want net als op mijn vorige tocht zijn de hakken ook nu na 1000 km wat schuin afgesleten en aan vervanging toe. Als ik tegen de schoenmaker zeg dat ik pelgrim ben en vraag of ze vandaag nog gemaakt kunnen worden, zegt hij nadenkend, dat ze om half drie klaar zijn.
Ik loop terug langs de Turk waar Claude kebab zou halen en hij is net aan het afrekenen. Gezamenlijk lopen we naar het Ostello San Pietro, zo'n anderhalve kilometer verder. Een goed onderkomen met een uitgebreide keuken, verschillende slaapkamers en twee badkamers. Na wat eten en de hele riedel loop ik terug om mijn schoenen op te halen en het is drukkend warm, ik heb mijn flesje vruchtensap niet voor niets mee genomen. Loop ik nog voorbij de schoenlapper ook, omdat hij inmiddels dicht is herkende ik de zaak niet zo eentweedrie. Dat geeft je echter de mogelijkheid tot nieuwe contacten en zo kom ik in een bar terecht waar een chocolade kleurige dame bedient. Ze neemt me weer mee naar buiten en geeft aan dat de schoenmaker dertig meter terug zit. Er hangt een briefje op de deur, mijn schoenen staan bij de kapperszaak twee deuren verder. En inderdaad, voor vijftien Euro mag ik ze meenemen, netjes gemaakt, maar in Le Puy twee jaar geleden beter.
Het is zo moordend warm, dat ik wel een pilsje lust, en zo kom ik weer bij ... juist, die dame terecht. Nou heb ik net als mijn buurvrouw wel wat met een tintje, dus dat treft. Eerst schrijf ik onder het genot van een goed glas en prima muziek mijn dagrelaas, maar daarna komen we in gesprek, ze is Angolese en sinds haar vierde hier. Als zwarte word je door Italianen geminacht, het leuke is dat ik momenteel donkerder ben dan zij, ik mag dus wel uitkijken. Ze wil wel naar een ander land, Engeland, Nederland of zelfs Canada. Ik zeg, dat het daar wel erg koud is en ze nog witter wordt. Volgens mij redt Francis Beatriz Edna het wel in haar leven, ze heeft er in ieder geval genoeg talenten voor.
Dan volgt na wat boodschappen de teruggang naar het ostello. Het staat op onweren, maar er vallen alleen wat grote druppels.
Alice heeft het moeilijk schreef ze gisteren in het ostelloboek. Ik stuur haar een sms ter ondersteuning.
Op bed laat ik de dag aan mij voorbij gaan, juist als ik bij Francis aankom roept klokslag van tien uur me tot de orde. Het lijkt wel of het dak naar beneden komt, de klokkenstoel staat hiernaast opgesteld. Ok, ik denk al aan mijn eega, ze heeft de drukste baan die je kunt voorstellen tegen een hongerloon, en nooit een verzetje. Van het voorjaar een rondreis Portugal, de zomervakantie werd aan de Westcoast van de VS doorgebracht, en nu is ze aan het 'bijpraten' met haar nicht uit Rome in Porto Ercole, dat u misschien kent van de koninklijke familie. Haar zus mag de verhalen als verjaardagscadeautje allemaal aanhoren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten