vrijdag 2 september 2011

Who pays the ferryman?

vrijdag 2 september Santa Cristina - Calandasco 24 km 07:35 - 15:15 zon
De beheerder probeert nog een keer zonder succes de ferryman te bellen, hij zal het in de loop van de ochtend nog eens proberen.
Een volledig tandenloze vrouw die de stoep aanveegt, houdt ons staande en vraagt of we echt naar Rome gaan, naar Il Papa, haar ogen glinsteren en ze trekt een brede lach als we het beamen.
In Chignolo Pò kijken we uit naar een vaste telefoon, wat uit onze mobieltjes komt steeds het al heel vaak gehoorde Dime ... We krijgen zowaar contact met de vrouw van Danilo de ferryman. Claude begrijpt iets, en geeft de hoorn aan mij, want de vrouw spreekt ook twee woorden Engels. Om twaalf uur moeten we terugbellen want Danilo is er niet.
In Lambrinia gaan we in de schaduw op een stoep zitten om bij te komen, Claude heeft last van de hitte, en te eten. Een auto stopt en de chauffeur zegt dat er vijfhonderd meter verder een bar is, wij er heen, Claude kan wel een caffeïneshot gebruiken, en inderdaad hij trekt een beetje bij. Ik vraag de barvrouw of zij de ferryman wil bellen, het is twaalf uur, geen gehoor.
Wij lopen door in de steeds warmer wordende dag op een dijk, verstoken van enige schaduw. Eindelijk, daar is de steiger ... maar geen boot, en geen Danilo. Claude blijft in de schaduw van de bomen achter, terwijl ik in het volledig uitgewoonde Corte Sant' Andrea op zoek ga naar hulp. En die komt er net aanrijden in de vorm van een jongeman, die voor mij enige telefoontjes met zijn mobiel pleegt en ook scheldt op het Italiaanse mobiele net. Hij krijgt na zoveel pogingen Danilo te pakken, die ons om half drie komt ophalen. Ik bedank David voor zijn diensten.
Danilo vraagt waarom we hem niet eerder hebben gebeld, en ik vertel hem van al onze pogingen. Hij begrijpt er niets van. Na een snelle boottocht staan we dan toch op de andere oever van de Pò, ik betaal de ferryman.
Nu nog 2,5 km lopen naar Calandasco, waarvan de kerktoren al zichtbaar is. Op mijn aanbellen bij het Oratorio krijg ik geen gehoor, een knaap komt uit de bar gelopen en zegt dat de priester net met zijn auto is weggegaan. Wij doden de tijd in dezelfde bar. Om de zoveel tijd probeer ik de bel van het Oratorio en na ruim twee uur een vrouwenstem, ik begrijp dat ze geen pelgrims opvangt, maar verder gaat haar Italiaans me iets te snel en ik vraag of het in een andere taal kan. In het Duits zegt ze, dat er een stuk terug in de straat een ostello is. Wij erheen, nadat ik eerst in de bar heb gevraagd of ze dat niet wisten.
Een jonge vrouw, mix van een Italiaan en Engelse zegt ze later, voert de gebruikelijke plichtplegingen uit. Ze heeft de eerste elf jaar van haar leven hier gewoond, daarna in Engeland en nu al weer vier jaar hier. Ze drijft samen met haar vriend Le Tre Corone, een goed ostello, waarin momenteel veel Afrikanen gehuisvest zijn.
De douchecabine valt bijna uit elkaar als ik hem openschuif, er ontbreekt een deel van een wand waardoor alles zelfs al douche je beschaafd nat wordt.
Als Claude van zijn douchebeurt terugkomt haalt hij boos naar mij uit, hij heeft koud gedoucht omdat ik mijn kleren heb gewassen, het is maar een heel kleine boiler. Nou breekt mijn klomp, ik was me bijna koud om af te koelen en voor mijn kleren heb ik een wasbakje lauw water gebruikt en ze koud uitgespoeld. Nota bene, als er één grootgebruiker van warm water is, dan is hij het wel, hij zet de kraan open en gaat vervolgens heel wat anders doen om minuten later zijn handen te wassen. Hij bindt mokkend in, en ik vind dit niet leuk. Volgens mij is het trouwens geen boiler, maar een doorstroomapparaat en heeft hij de kraan niet ver genoeg open gezet, maar dit terzijde.
Wij eten in het huis, ik neem voor de verandering een bonensoep en kip, en probeer later nog wat geluid uit een niet te stemmen gitaar te halen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten