donderdag 1 september Pavia - Santa Cristina 27 km 08:25 - 15:10 bewolkt, zon
Het geblaf van een hond onder het raam maakt ons wakker, 6:20 uur geeft mijn horloge aan, het is nog verdacht donker. Na een kwartier stap ik eruit, kunnen we vandaag vroeg beginnen. Ik bak de spaghetti van gisteravond op, dat voedt beter dan het brood. Na de afwas en wat sanitaire handelingen kunnen we weg, maar wat hoor ik nou, gespetter, en ja, het begint te regenen. Een hevige onweersbui trekt over en zelfs een pelgrim wacht die binnen af, drie kwartier later dan de bedoeling stappen we naar buiten, terwijl het nog nadruppelt. Weken geleden hebben we, na een regenachtig begin, de laatste regen op onze tocht gehad.
Het is koel buiten en lekker om te lopen. Eerst maar eens Pavia zien uit te komen, voor we het eindebebouwdekombord tegenkomen, zijn we bijna een uur onderweg. De zon verdampt de regen die is gevallen, en zo lopen we in een deken van vocht.
In San Leonardo staat een kerk met de vier evangelisten Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes boven de deur geschilderd.
De route voert naar Belgioioso, de naam is goed geschreven, maar wij proberen een eigen variant door het bos. Dat gaat goed totdat wij bij de lunchstop aan een boswachter vragen, hoe we verder moeten. We slaan iets te vroeg rechtsaf en lopen daardoor een half uur extra. Na Torre de Negri komt het steenslagpad uit op de drukke weg.
Het Oratorio is een stukje verder, wijst een groepje mannen op een bank in de schaduw. Santa Cristina is levendig, overal spelende kinderen en babbelende mensen. Het oratorio lijkt op een gemeenschapshuis, waar allerlei activiteiten worden gedaan. Zo is er een groep mannen een kaartje aan het leggen. De beheerder van het Oratorio brengt ons naar de slaapruimte en geeft ons later een informatieblaadje in eigen taal, waarop onder andere het volgende pelgrimsgebed staat:
Ave Maria
Wees gegroet, Maria, vol van genade,
de Heer is met u.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God
bid voor ons zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen
Claude slaapt nog als ik naar buiten ga, even wat eten en drinken, en de belevenissen van de dag vastleggen. Als ik terugkom kan ik het gebouw niet, dat heeft de beheerder vanuit zijn huis gezien, want hij komt al naar buiten met de sleutel. Ik vraag hem of er een mogelijkheid is om mijn blog op internet bij te werken, hij loopt direct naar zijn auto om een laptop uit te halen, en even later ben ik bezig, zij het met horten en stoten. Het regent virusmeldingen en er volgt zelfs en restart, waarbij de beheerder opnieuw moet opdraven om het password in te voeren. Ik zet de laatste twee dagen op internet en houd het dan voor gezien, ook met deze pc valt nauwelijks te werken.
Onder het avondeten in een pizzeria gedreven door Chinezen gaan we in op het verschil tussen hem en mij: Fransen zullen iemand nooit direct wat vragen, dat zie ik ook aan Claude die liever een hele stad afloopt dan iemand aan te schieten en de weg te vragen, of zoals ik aan iemand vragen naar een mogelijkheid om mijn blog bij te werken. Nou zeg ik ook niet, ik wil je pc lenen, ik leid het natuurlijk ook in. Claude is als enig kind opgegroeid met als enig familielid een opa, dat maakt je heel zelfstandig, hij zal nooit hulp vragen aan vrienden zegt ie, en het versterkt nog eens die Franse eigenschap. Ik snap nu ook iets meer dat hij soms ineens verdwenen is, alhoewel ik het niet kan waarderen want even seintje geven is toch niet al teveel moeite.
De beheerder belt voor ons de veerman van de boot die ons morgen aan de andere kant van de Po moet afleveren, geen verbinding, hij zal het morgenochtend nogmaals proberen.
Van buiten klinkt er veel geluid van spelende kinderen en pratende ouderen door in de slaapruimte. De klokken maken na tien uur geen geluid meer. Vanuit mijn bed kijk ik teggen de bebloede knieën van Jezus aan het kruis, die in de gang hangt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten