woensdag 7 september Fornovo di Taro - Berceto 32 km 08:30 - 17:35 zon
Ik ben verkouden, niet handig op een tocht maar het overkomt je. Het begint met een pad over gras, klei en steenslag, dat uitkomt op de weg. Het lijkt wel of we in Oostenrijk zijn, Sivizzano een mooi dorp met mooie huizen en ern fraaie achtergrond. Dan gaat het stijgen, honderden meters, wel gelijkmatig, totdat de weg wer overgaat in steenslag en de benen goed aan het werk moeten. Bij vlagen is het uitzicht mooi, vaak zie ik alleen maar bomen en moet mijn hart wat sneller pompen om het geheel gaande te houden, moordend zo steil.
Claude blijft nadat we eerst wat bijgetankt hebben in Cassio achter, alwaar hij de bus van zes uur naar Berceto zal nemen. Thierry en ik gaan lopen, nog twaalf kilometer. We komen Nout een stukje verderop nog tegen, die hier met de Duitse knapen blijft slapen.
Ik zeg tegen Thierry dat hij wel een bijzondere manier heeft, waarop zijn stokken gebruikt, hij plant ze ruim voor zich en loopt er waggelend naar toe, het lijkt wel een octopus. Al meer mensen hebben het hem gezegd.
We gaan in sneltreinvaart, zes km per uur, als mijn stokjes tikken dan doen ze dat ook in rap tempo. Dan gaat het omhoog en uiteraard daalt dan ook de snelheid, maar in twee uur lopen we naar Berceto, het laatste stuk gaat dan nog over steenslagpaden op en neer om de pelgrim extra te vermoeien. Al met al een pittig dagje lopen: 32 km 1350 stijgen 700 dalen en gedeeltelijk over steenslag en steile paden.
Na wat vragen staan we oog in oog met de pastoor, een heel vriendelijke man. Hij brengt ons naar het ostello. Onderweg daar naartoe roept iemand mijn naam. Evert, hij heeft via Marga van mij gehoord en heeft gisteren in een boek op een bergtop een boodschap voor Claude en mij achter gelaten, wij hebben echter een andere route gelopen en die dus niet gelezen. Alice is er ook, zegt Evert.
De pastoor heeft nu een probleem want op de kamer waar hij ons wil stallen slapen al twee Italianen en te weinig bedden, en op de andere kamer slaapt een vrouw, Alice. Dat is geen probleem, stel ik hem gerust, want we hebben al meer met Alice op één kamer gelegen. Als de kamer open gaat, begroet ik Alice met een paar zoenen, maar voor de zekerheid vraagt de pastoor toch nog aan haar of ze het geen probleem vindt. Hij geeft ons een speldje met een pelgrim.
Ik zie een pc en als ik aan de pastoor vraag of er een mogelijkheid is om mijn blog bij te werken, neemt hij me mee naar een ruimte met een bar en een pc. Na het opstarten laat ik hem mijn blog zien, wat hij prachtig vindt.
Claude komt tegen zeven uur aan. Pizza's komen mijn neus bijna uit, maar wat moet je anders in een pizzarestaurant?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten