Ma 3 juni Rheeze - Lemele 28 km 08:55-16:35 bewolkt en zon
Mevrouw Veurink bestiert het gastenverblijf. Daarnaast is er een camping bij de boer en boerengolf. De zoon heeft het boerenbedrijf overgenomen. 'We hebben het goed', zegt ze, 'altijd hard gewerkt en geld opzij gezet voor de oude dag.' Ik help mee de tafel dekken. Het stel uit Pijnacker ontbijt met mij en we hebben het over lesgeven, zij is lerares Frans aan Melanchthon in Bergschenhoek, en hij ontwikkelt cursussen voor bedrijven. Vroeger was hij ook leraar, maar dat beviel hem niet meer. Hij heeft veel gelopen en geklommen in de bergen en op de gletsjers van Oostenrijk.
Ik heb er vandaag aardig de vaart in en voor de eerste pauze stop ik bij de stuw en vistrap van Junne. De stuw zorgt ervoor dat het water in de Vecht op peil blijft, alhoewel in de bovenloop niet gevaren kan worden. Via de vistrap kunnen de vissen naar de bovenloop springen. Er zitten veel soorten vis o.a. barbeel, regenboogforel, snoekbaars en paling. Het rivierenlandschap is groen, weids en mooi.
Om 12 uur gaat het luchtalarm, het is de eerste maandag van de maand. Ommen laat ik vanuit mijn looprichting gezien rechts liggen en bekort daarmee de etappe die anders ruim over de dertig km was gegaan. Ik pak de Besthemeresweg die leidt naar de gelijknamige berg, een zandheuvel van 33 meter, voorzien van een uitkijktoren. Die beklim ik deels want ik vind het uitzicht niet spectaculair en er komen nog wat van die zandhopen. Aan de voet van de berg is een herdenkingsmonument van kamp Erika. Voor de oorlog was dit het Sterkamp van de theosofische beweging 'Orde van de Ster', tijdens de oorlog was het een Arbeiteinsatzlager, en erna een bewaringskamp voor 'foute' Nederlanders.
Als ik op een bank mijn lunch nuttig rijdt een camerawagen van TomTom voorbij. Dat is de tweede keer deze looptocht, eerder al in Grolloo. Mocht je dus ooit op streetview een zonderling in een rode jas met rugzak zien met een wazig gemaakt gezicht, dan zou ik dat kunnen zijn.
Ik moet even terugschakelen naar het bergverzet, want ik ga de Archemerberg bestijgen, een puist van 75 meter hoog. Met een 'bergheil' begroet ik drie aanwezige mensen, een ouder echtpaar met een zoon van rond de 40. Ze komen uit Zeeuws-Vlaanderen. We praten over de Hedwigepolder, het Verdronken land van Saeftinghe, Belgie enz. Iedereen op de top bekijkt de glimmende metalen windroos die de plaatsen in de omgeving aanduidt, maar feitelijk is de stenen paal veel interessanter. Het is een paal uit 1890 en een van de 140 punten die zijn geplaatst om Rijks Driehoeksmetingen te kunnen uitvoeren. Tegenwoordig doe je dat met gps-apparatuur.
Dan gaat het richting Lemelerberg. Daar ligt de Dikke Steen die de grens tussen de marken Archem en Lemele markeert. Vanuit Lemele blijkt het nog zo'n vijf km te zijn. Vooral aan de Hancaterweg-Oost komt geen einde. Elke boerderij heeft hier een forse lap grond, en zo ligt nummer 22 ongeveer 2 km vanaf het begin.
Eenmaal binnen krijg ik ik glas Cola aangeboden. De zoon van rond de veerig neemt de honneurs van zijn ouders waar, die op vakantie in Karinthië zijn. Meeëten kan wel , maar dat wordt een in de magnetron opgewarmde andijviestamppot. Ik vraag of ik een fiets mag lenen en na een opfrisbeurt fiets ik terug eerst naar Hancate, restaurant dicht, dan naar Lemele, waar een café open is. Ik ben de enige gast en heb mijn bordje vrij snel leeg, om weer vijf km terug te fietsen. Wat een straffe wind. Zo kom ik wel aan mijn beweging.
Later op de avond zitten we gezellig te praten onder een bak koffie. Hij heeft als kind een waterhoofd gehad en lijdt nu nog aan epilepsie. Door een pacemaker worden de attacks onderdrukt en hoeft hij nauwelijks medicatie te gebruiken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten