Di 4 juni Hancate - Holten 27 km 8:10-16:35 zon
Ik ben al beneden als Ed, zo heet hij geloof ik, nog de tafel moet dekken. Om half acht had ie gezegd, nou ja, het geeft mij de gelegenheid om alvast water voor mijn thermosfles te koken. Even later komt hij dan toch binnen en zoals altijd wat nerveus binnensmonds pratend. Hij heeft ook allemaal stopwoordjes en -zinnetjes, vermoedelijk toch iets met z'n hersenen, want verder is hij niet dom. We hebben het over varkens, ik zeg dat ik dat soort bedrijf ken van mijn schoonzus, koeien en gras. Gisterenavond moest het hooi nog worden omgegooid om te drogen. Hij mag vanwege de epilepsie niet op een tractor rijden, maar werkt toch mee. Ze hebben ook een grasveld omgegooid, dus met de graszijde op z'n kop gelegd, er zat teveel onkruid in. Daarna is er mais ingezaaid, wat de voedingsstoffen voor het onkruid weghaalt. En na de maisoogst wordt de zaak nog een keer gekeerd en opnieuw met graszaad ingezaaid. Kijk dat weten boeren nou. Ik bedank hem hartelijk voor de goede zorgen. Aardige man, die Ed.
Ik ga niet terug naar de route van het Pieterpad, maar loop via de Hellendoornseweg naar, hoe kan het anders, Hellendoorn. Het is een aardig plaatsje, je kent het wel van het avonturenpark. Bij de Trekpleister haal ik eerst compeed en bij de bakker mueslibollen en een cappuccino. Eerst doe ik compeed, een blarenpleister, op de lelijke plek op mijn rechter grote teen. De ellende komt me bekend voor. Dan is het tijd voor de inwendige mens. Een man aan een ander tafeltje zegt ook het Pieterpad gelopen te hebben. Je gaat een mooie tocht tegemoet en je hebt mooi weer. Na wat geld getapt te hebben, vraag ik aan een meisje waar de zusenzostraat is en ze geeft het keurig aan. Ik kom daarbij langs een fraaie protestantse kerk met immense rode beuk ervoor en dan verdwijn ik het bos in.
Door zoveel bomen zie je bos niet meer en omgekeerd. Er zitten twee oudere mannen op een bankje en er passeert juist een Hellendoornse schone met de sierlijke draf van een hinde. 'U zit wel loge', zeg ik tijdens het voorbijgaan, wat ze lachend beamen. Verderop is het werkkamp Twilhaar, een kamp om werklozen voor een hongerloon te laten werken. In de oorlog is het gebruikt, ja daarvoor.
Ik loop op de Sallandse heuvelrug die 150.000 jaar, 't kan een paar jaar schelen, geleden door Scandinavische gletsjers is ontstaan. Het zijn stuwwallen. Stel dat er nu een ijstijd zou komen, dan zouden alle gebouwen, bruggen , huizen, dijken enz. gewoon weggevaagd worden. Zouden de mens het overleven of wordt het opnieuw beginnen met de evolutie?
De brem staat prachtig in bloei. Wat zal het hier mooi zijn als de heide in het najaar in bloei staat. Het is een pittige etappe met kilometers zandpaden en golvend terrein, maar wel heel afwisselend. Eerst het open weidelandschap en nu de bossen en vergezichten. En eindelijk is er warmte. Mijn broer Julius zegt altijd dat ik net een reptiel ben die warm moet worden en ja, ik floreer niet bij kou. Dat heb ik bij tennissen ook, de eerste partij moet ik opwarmen, daarna ben ik natuurlijk niet meer te houden, hmmm.
Een stukje van de route ligt de Canadese Oorlogbegraafplaats. Hier liggen 1394 buitenlandse mannen en vrouwen begraven, waarvan 1355 Canadezen, die hun leven gegeven hebben voor onze vrijheid. De Canadezen hebben voornamelijk het oosten en noorden van Nederland bevrijd. De begraafplaats is door Nederland aan Canada geschonken, en het is daarmee Canadees grondgebied, zodat de mensen op hun eigen grondgebied zijn begraven. Indrukwekkend.
Het is nog een heel eind lopen in Holten om op het gastadres te komen. Een spontane vrouw doet open en na een paar minuten zit ik met glas Cola in mijn hand.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten