woensdag 29 april 2015
Cultuur
Wo 29 april Sevilla zon
Om even na negen uur loop ik in het Museo de bellas Artes. Het is klassiek werk van bijbelse taferelen. Zo hangt er ook een van Jozef en de vrouw van Potifar, pas geleden gezien bij de Late Rembrandt en nu geschilderd door Esquival. Met name de vrouw ziet er wat smakelijker uit. Zurbaran schildert veel Sans en Santas, donker en zwaar werk. Een zaal met buitenlandse schilders, ook met namen als Gijsbrechts en De Vos uit Amberes in de Zuiderlijke Nederlanden. Het Laatste Avondmaal ontbreekt niet, deze is van Alonso Vazquez en even fraai als die van Leonardo da Vinci.
Gelukkig is er een zaal met moderner werk, landschappen uit de 19e en 20e eeuw.
Na 1,5 uur drink ik in een bar net als de Spanjaarden staande een cortado. Even later slenter ik door de sloppen richting Plaza de Espana en neem ruim de tijd om het halfronde paleis goed te bekijken. Overal liggen kleedjes op de grond met castagnetten, waaiers en ander Spaans spul. Op de trappen spelen twee Indianen begeleid door ingeblikte muziek My Way op panfluit. Het geluid draagt door de paraboolvorm van het gebouw heel ver. In Parque de Maria Luisa staat een reusachtige eucalyptus, zo'n boom waar dampo van wordt gemaakt. Een beeld van Becquer, een beroemd dichter uit de 19e eeuw, vertelt dat de man slechts 34 jaar geworden is.
Bij de kathedraal probeer ik een stempel in mijn credencial, pelgrimspaspoort, te laten zetten. 'De priester is bezig met een mis', zegt de portiere, een kleine blonde vrouw met dikke opgespoten lippen, tegen me. Bij de toeristen ingang aan de andere kant kan ik hem wel krijgen. Er staat een forse rij, maar het loopt goed door. Als pelgrim krijg ik geen korting, wel als pensionado. Dat moet ik echter, omdat ik nog geen 65 ben, met een officieel document kunnen bewijzen. Ja, en dat heb ik thuis.
Mooie kathedraal om in de pelgrims sfeer te komen. Het is niet alles goud dat blinkt, behalve in deze kerk, waar een enorm gouden wand achter het altaar staat. De orgels laten zich jammer genoeg niet horen. Om van het uitzicht te kunnen genieten, beklim ik de Giralda, de toren zonder trap. De sultan, op de plaats van de kathedraal stond eerst een moskee, wilde op zijn paard naar boven kunnen. Er zijn meer mensen die zich aan dit uitje wagen en ik voel me al snel een van de figuren op Eschers ets De eindeloze trap. Het uitzicht is fantastisch, het helder en Sevilla ligt aan mijn voeten. Daar in de verte loop ik morgen. Ik ben op tijd naar boven gegaan, want nu hebben talrijke schoolklassen de weg naar boven aanvaard en is er geen doorkomen meer aan. De juffrouwen manen de kinderen met gesis tot stilte en maken zo zelf nog meer geluid.
In een Spaanse bar neem ik een bocadillo jamon en, alleen om het vocht aan te vullen, een cana. Rechts staan vier mannen aan een tafel hun lunch te gebruiken. Ze zijn zoals de meeste mensen behoudend gekleed.
Wat ik nog wil zien, is het Real Alcazar. Een bouwwerk met veel Moorse invloeden: de tuinen en vijvers, en de vele mozaïeken. Ik houd er wel van, die geordende vormen. Op een van de banken dommel ik even weg. Als ik weer onder de mensen ben, blijkt er een man op gepaste afstand te zijn aangeschoven. Hij vraagt, waar hij agua kan halen. Het is het enige woord dat hij in het Spaans kent, bekent ie, en gaat over op Engels. Hij komt uit Canada, had ik niet direct verwacht, maar is uit Indiase ouders geboren en opgegroeid in Oeganda. Vanwege de politieke situatie onder Idi Amin zijn ze via Londen in Canada terecht gekomen. Hij is gepensioneerd apotheker en reist nu de wereld rond. Hij is vanwege de mozaïeken in Spanje. Kennelijk zijn er meer, die van orde houden. Als hij weggaat, schudt hij mijn hand: Karim, leuk je ontmoet te hebben. Ik ga verder met mijn culturele tocht en kom terecht in een ruimte met gobelins die het verhaal over de verovering van Tunesië vertellen. Ik dacht door de hoeveelheid grote schepen eerst dat het over de Armada ging. Spanje is destijds door de bouw van deze schepen geheel ontdaan van bomen.
Nog een laatste blik op de vijver met grote koikarpers en dan ga ik naar buiten.
Ik dwaal nog een tijd door de Joodse wijk. Sommige steegjes zijn zo smal dat er amper een auto doorheen kan. Voetgangers moeten het vege lijf in de portiekjes redden.
Tegen half zeven houd ik het voor gezien. Ik heb de hele dag op mijn hoeven gestaan en heb trek gekregen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Je Spaans wordt steeds beter Jan, Cortado?? Cana?? Dat het je allemaal maar goed mag smaken.
BeantwoordenVerwijderen