vrijdag 29 mei 2015

Rubberen benen

Vr 29 mei Lubian - A Gudina 25 km 7:30-13:40 zon
Direct in Lubian al begint het te dalen. En dan weet ik al dat ik minstens dezelfde hoogte weer mag stijgen. In de diepte staat een kerkje niets te doen, ik kan me tenminste niet voorstellen dat hier iemand komt om een dienst bij te wonen, zover van de bewoonde wereld. Links, hoog boven ons ligt de snelweg op dikke pilaren. Wij volgen een bospad dat stijgt en blijft stijgen. Als er regen valt, moet je hier niet zijn want dan verandert dit pad in rivier. Door de vele regenval is de grond weggespoeld en liggen de stenen en kiezels los. Dit soort paden zijn altijd knieënslopers. De omgeving is prachtig en groen. Na een slopende vijf kwartier staan we boven op de pas A Canda (1260m), die Castilla y Leon van Galicia scheidt. Geweldige panorama's aan beide zijden. Even bijkomen. Hierna gaat het naar beneden, en wel behoorlijk steil naar beneden. Mijn arme knietjes krijgen het vandaag wel te verduren. Gelukkig is er een bar die even voor wat afleiding zorgt. Mijn bocadillo de jamon is een half stokbrood. Dus ik heb voor even genoeg.
De tocht vervolgt door een prachtig berggebied met een pracht aan bloemen. In de tussenliggende dorpjes staan net zulke huizen als in Lubian, onderin de koeien en andere dieren en op de verdieping de mensen. Het vee staat nu in de wei en het lijkt wel een Oostenrijks tafereel. De wind trekt aan en het wordt op de bergkammen behoorlijk fris. Het is een Atlantische wind.
Mijn benen voelen als rubber. Het gaat maar omhoog en omlaag. Ook Luiciano klaagt over vermoeidheid. Pelgrim Ben moet maar eens met z'n gps-logger het juiste aantal hoogtemeters van deze etappe meten. Ik schat dat het er wel 800 zijn.
De herberg is er een met 24 bedden. Luiciano gaat bij het hostal waar we langskomen informeren wat de prijs van een kamer is. De mannen aarzelen, Luiciano wordt Italiaans kriegelig, en ik zeg, laten we eerst in de herberg gaan kijken. Die is een paar minuten van hier. We nemen alle vier een bed in beslag en draaien het ritueel af. Vanwege het halve stokbrood heb ik nog geen trek in het menu del dia. Sowieso eet ik liever 's avonds warm, dan half op de middag. Na een goed glas bier laat ik de mannen in het restaurant achter.
In de herberg hangen de pelgrims een beetje rond. Slapen wat, praten wat. Ik vraag Marcello of hij al gegeten heeft. Dat is niet het geval  en we gaan samen op zoek naar een bar of restaurant voor een menu del dia. We hebben gezien het vroege tijdstip, zeven uur, geen schijn van kans en lopen derhalve het dorp door. Een verschrikkelijk dorp met lintbebouwing langs een doorgaande weg. Gelukkig is er ook een parallelstraat. Hier laat het dorp zijn schoonheid zijn. Oude huizen, een mooie kerk en dergelijke. Marcello vertelt weer.
Uiteindelijk eten we in het hostal aan het eind van het dorp. Marcello vertelt over zijn zoon die in Miami woont. Hij is er al een paar keer geweest en vindt het een goede omgeving. Ik ben niet zo Amerika minded. Ook passeert de politiek weer de revue. Noord- en Zuid-Europa, het is een wereld van verschil. De wind maakt het fresco, zegt Marcello als we weer naar de herberg lopen. Zeg maar gewoon koud, denk ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten