zondag 24 mei 2015
Wisselende contacten
Za 23 mei Zamora - Riego del Camino 34 km 7:35-16:30 zon/wind
De dames in de herberg hebben het ontbijt verzorgd. Het is niet veel meer dan wat stokbrood, jam, koffie en sap. Na afloop bedank ik hun. Zij zorgen er iedere dag voor dat alles weer schoon is.
Om even na half acht sta ik buiten en loop ik op met Victor, een Russische man van 36, geboren in de Oekraïne en nu wonend in Rosto aan de Don. Hij is metaalarbeider en werkt in ploegendiensten van 12 uur, beginnend om 8 in de ochtend of avond. Hij verdient 300 Euro en heeft vanwege het zware werk 43 dagen vakantie. We babbelen onderling in het Spaans, wat hij in drie maanden op internet heeft geleerd. Hij begint zelf over politiek en vindt Poetin een geweldig leider, omdat hij zo sterk is. En de oorlog dan, vraag ik. Ja, daarop heeft Victor niet direct een antwoord. Door al dat geklets hebben we kennelijk een gele pijl over het hoofd gezien, want ineens staan we oog in oog met Gilbert die van een andere kant komt. Even later verschijnen ook alle anderen. Een bar heeft Roales del Pan niet, zegt een bewoonster als ik ernaar vraag.
De hele meute loopt op gepaste afstand van elkaar verder. Onderweg gaat het bij de aanleg van nieuwe wegen door het ontbreken van een goede aanwijzing mis, maar even later gaan de ganzen weer achter elkaar aan.
Montemarta ligt op nog geen 20 km van Zamora. Het is verleidelijk hier te stoppen. Paolo weet Gilbert en mij echter over te halen om met hem door te lopen naar Riego del Camino, 15 km verder. Dan hoeven we morgen niet langs de weg naar Tabara te lopen. De groep van Zamora breekt hier op. De Italianen Alberto en Marcello blijven achter, het Spaanse stel gaat naar Fontanillas enz. Van Michael vindt ik het jammer, de ene pelgrim ligt je beter dan de andere. Je kunt wel zeggen, dat pelgrims wisselende contacten hebben.
Na een lunch en een koffie gaan we op weg. Na een stukje langs de weg staat daar de schitterende kerk van Virgin huppeldepup. De kerk met het kerkhof liggen aan een stuwmeer.
Hier weer de graanvelden.
Onderweg zien ik weer wat bijelkaar geraapte stenen op elkaar staan. Het blijkt de ruïne van Castrotorafe te zijn, een zetel van de orde van Jacobusridders.
In Fontanillas heb ik het wel gehad, maar we mogen nog ruim drie kilometer. Ik beloof de jongens bij aankomst een grote bier. Paolo loopt er harder door.
In de bar van Riego worden we getrakteerd op prettig uitziende jonge meiden en vrouwen. Als we binnen stappen kijken we in een peilloos diep decolleté. Uiteraard maken we er wat vunzige mannengrappen over. Vanavond is het feest. De ogen van Paolo staan op steeltjes. Dat meisje is wel wat voor jou, zeg ik tegen Gilbert, dan neem ik de moeder wel, meer mijn leeftijd. En dan blijft die oma achter de bar voor jou over, Paolo. De vrouw achter de bar zegt dat we vanavond om half acht kunnen eten.
We zijn op tijd voor ons avondeten. Twee Spanjaarden zijn ook aangesloten. In de bar gonst het van het geluid van kaartspelende mannen. Regelmatig maant de barman tot wat kalmte. Wij krijgen onze maaltijd in een aparte, een soort opslagruimte. Het eten wordt snel geserveerd en binnen een half uur staan we weer buiten.
We lopen nog even het dorp rond. Wat een armoe.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten