maandag 1 juni 2015

Bos bloemen

Zo 31 mei Laza - Xunqueira de Ambia 34 km 6:45-14:50 bewolkt/zon Weer eens lekker geslapen op een goed bed. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Het ontbijt stelt natuurlijk niet zo veel voor, die paar crackers en een kop thee. Augustin laat zijn armen en benen zien die onder de bulten zit van insectbeten. Hij heeft er last van sinds A Gudina. Waarschijnlijk een insect in zijn slaapzak gezeten. Het is bewolkt. Dat heb ik al een tijd niet meer meegemaakt, maar we hebben hier te maken met de invloeden van de oceaan. Het is niet zo gemeen koud als in het binnenland bij Zamora. Daar deden m'n vingerkootjes zelfs pijn, een kwaaltje van moeders kant. We lopen het eerste uur fluitend het dorp uit en de natuur in. Daarna begint het klimmen, waarvoor Luiciano ons heeft gewaarschuwd, een lange klim van 500 meter. Het zweet staat op mijn lijf en ik trek mijn jas uit. In de zon is dat wel lekker, maar zodra ik in de schaduw loop lijkt het wel of er ijskoude nimfen om mijn lichaam dansen. De zon verwarmt de dalen en laat de dauw uit de dalen in koude slierten verdampen en langs de berg omhoog stijgen. En de zo ontstane nimfen koesteren er behagen in om mijn toch al gekwelde lichaam nog meer te pijnigen. We zijn nog niet op hoogte en de daling wordt al weer ingezet. In Alberguaria is er een moment van rust. Pelgrims kunnen bijkomen in bar Rincon de Peregrino die Luis geheel zelf heeft gebouwd. De ruimtes hangen helemaal vol met Jacobsschelpen, waarop de bezoekers hun naam hebben geschreven. Zo hangt er dus nu ook een met onze namen. Luiciano laat trots zijn schelp uit 2009 zien. Hierna gaat de afdaling fel naar beneden, een aanslag op mijn toch al weke knieën, om uit te komen in Vilar de Barrio. De vergezichten zijn werkelijk prachtig. Hier is alles groen. Bovendien bloeien de brem en heide uitbundig in hun contrasterende geel en paars in de meer dan 100 km2 grote vallei. De dorpen hier zijn veel fraaier dan hiervoor. De huizen zijn mooi en de straten schoon. Er staat een vrouw met een bos bloemen voor haar huis te praten met een buurvrouw. Gracias, zeg ik op haar aflopend. Eerst begrijpt ze het niet, maar even later moet ze er vreselijk om lachen, ze zijn niet voor jou. De mannen lachen ook. Hollandse charme, grap ik. Na een rustpauze zetten Jorge en Luiciano een sprint in. Het begint te regenen, een paar spetten. Ik roep naar Luiciano: He, maestro que pasa? Hij verontschuldigt zich. De mannen gaan steeds harder lopen. Echt leuk vind ik dit niet en laat me dan ook afzakken. Ook Augustin loopt het zweet van zijn hoofd. Ik stel voor op een bergovergang even te rusten en van het uitzicht te genieten. Hij roept de anderen nog, maar die willen doorlopen. Wat een mooi land, Galicia. Nog vier kilometer naar de herberg. Deze zit bij aankomst bijna vol. Augustin belt naar een hostal, want hij wil niet in zijn slaapzak liggen. Hij wil die eerst met spray behandelen om de insecten te doden. Er is echter geen kamer meer vrij. Ik stel voor om zijn slaapzak goed na te kijken. We vinden geen enkel insect en hij besluit in de herberg te blijven. Een paar dagen geleden zei Augustin, dat als je begint als jongeman je eindig als een oudje, en ald je begint als een oudje, je eindigt als een jongeman. Volgens mij voelt iedereen zich na de laatste etappes een oudje, hoe hij ook gestart is. We eten vroeg, aan het eind van de middag, het menu del dia.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten