Wo 13 april Abla - Hueneja 20 km 7:35-12:20 zon
Gisteravond zei ik tegen de barman, dat deze camino niet druk is en ik nog geen pelgrims heb ontmoet. Hij somde op, dat er de afgelopen dagen telkens wel een of twee waren blijven slapen. Vorige week zelfs een groep van negen. Nou, dat zijn geen grote aantallen zoals op de Camino Frances in het noorden.
Ik reken 27 Euro af: 15 voor de kamer, 10 voor het menu en 2 voor het ontbijt. Hij geeft me een hand en wenst me buen camino.
Na even zoeken loop ik onder de weg door richting het gehucht El Camino Real, de Koninklijke Weg, en Finana. Het is een mooie ochtend, zij het wat fris. Anders dan dichter bij de kust, zijn de sinaasappelbomen hier nog niet getooid in de heerlijk geurende witte bloesem. En ook het gezoem van de bijen blijft achterwege.
In de bar van Finana ontstaat een levendige discussie, als ik vraag, hoe ver het nog naar Hueneja is. Volgens het boekje nog 18 km en volgens het kaartje van Sonia nog 12. Ik denk gezien de tijd die ik nu gelopen afgezet tegen de afstand op het kaartje nog 12. Sommigen bevestigen dat, maar anderen denken nog 20. Ik stel me in op het laatste en ga het zien.
In 1489 hebben het katholieke koningspaar in Finana overnacht tijdens hun verovering van het koninkrijk Granada. Er staat nog een restant van een Moorse burcht.
De versnelling moet terug naar 1, want men heeft niet aan egalisatie gedaan. De straat stijgt met makkelijk 25%.
Voor een huis staat een boeddhabeeld met eenzelfde sjaaltje van de camino als ik van Sonia heb gekregen. Ze moest er vreselijk om lachen toen ik het als een moslima om mijn hoofd knoopte. Zo zie je, het sjaaltje past bij elk geloof, als je maar wilt.
In de buurt van Hueneja gekomen prijkt op de achtergrond een besneeuwde top. Sneeuw smelt niet snel, zelfs niet in de zon. Ook witte was droogt minder snel, dan donker gekleurde. Dat wisten jullie niet, he dames? Maar de vraag is dan, waarom dit zo is.
Ik kruis de twee x tweebaans snelweg van Almeria naar Granada. Af en toe rijdt er een auto. Waarschijnlijk is hij door de EU gesubsidieerd.
Rechts in een olijfboomgaard staat een oeroude boom van anderhalve meter doorsnee. Er zit weinig leven meer in.
In Hueneja vraag ik aan een oude man naar de Calle Barrichillo, waar de albergue is. Hij mompelt wat onverstaanbaars, waaruit ik begrijp, dat ik nog een stuk mag doorlopen en dan rechtsaf omhoog. In de Spar koop ik wat te eten. Drie vrouwen zien het als hun ontmoetingsplaats en dat geeft niet, want iedereen heeft hier nog tijd. Stress komt niet in een Spaans woordenboek voor, al was het maar omdat het een Engels woord is. Gezien de tijd moet de afstand vanaf Finana toch 12 km zijn.
De albergue blijkt het bovenste appartement in een driehoge flat te zijn. Op mijn bellen doet niemand open. Op het kaartje heeft Sonia geschreven, dat ik de sleutel moet ophalen bij Hermanos Cruz Blanca. Een buurvrouw verwijst me naar een bejaardenhuis hogerop in het dorp. Daar gaan de kilometers weer. In het tehuis doet een prettig uitziende verzorgster open en vraagt, waarvoor ik kom. Ze zegt me, haar te volgen en we komen in de eetzaal, waar de oudjes net aan de lunch zijn begonnen. Ze roept een andere verzorgster, die er nog prettiger uitziet, una guapa naturala. Bovendien is ze nog leuk ook. Ik heb direct maar een kamer voor over een paar jaar geboekt. Ze plaatst op mijn verzoek een stempel in mijn credenciaal en geeft me de sleutel mee. Om verlies te voorkomen is deze voorzien van een klomp hout van 10×12×3 cm. Trouwens, Cruz Blanca betekent Witte Kruis, niet zo'n handige kleur als je het op wit papier afdrukt.
De albergue is dus een gewoon appartement met drie slaapkamers, totaal zeven bedden, een woonkamer, keuken en badkamer. In het inschrijfboek staan op 11 april twee Belgische vrouwen en gisteren een Spanjaard. Daarvoor ruim een week niemand, waarbij opgemerkt zij, dat niet iedereen zich inschrijft. Het is zoals ik al eerder constateerde, niet druk.
Het is tegen half zes en ik ga eens kijken of er nog wat te beleven valt. Weinig, om niet te zeggen: niets. Het is fris met de zon achter de wolken. Ik ga een bar in om wat te eten. Meestal is dat pas na acht uur, maar wat patat en kabeljauw wil de bardame wel in de frituur kieperen. Ach, het vult een beetje en voor 2 Euro inclusief de cana moet je niet zeuren. Bij de Spar koop ik wat fruit en een worst. De vrouw achter de toonbank blijkt Engelse te zijn. Ik zeg: 'Zeker in de jaren zeventig hierheen gegaan?' 'Ja, en getrouwd, het was de hippietijd, he', vult ze lachend aan.
Ik ga weer terug naar de albergue en ben daar geheel alleen.
woensdag 13 april 2016
Hermanos Cruz Blanca
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten