dinsdag 12 april 2016

Huisje voor Ko

Di 12 april Alboloduy - Abla 28 km 7:50-15:20 zon
Eerst de sleutels van het casa in het venster van de ayuntamento leggen. Sonia had wel gezegd, dat ik ze bij de bar kon afgeven, maar toen ik het gisteravond vroeg aan de bardame zei ze dat ze door de stroomstoring gesloten zouden zijn. Ze heeft toen met Sonia gebeld en dit afgesproken.
Alboloduy heeft nog een paar bezienswaardigheden, zoals een klokkentoren, die ik nog maar even vastleg.
Je kon het al op het kaartje zien: eerst een paar kilometer vlak en dan een klim van 200 meter. Sonia had me er al op voorbereid, de rivierbedding is dichtgegroeid en er is geen doorkomen aan. Deze klim doet me denken aan huttentochten in Oostenrijk. Het gaat behoorlijk steil omhoog. Een mountainbiker is zijn kampement aan het afbreken. Ik snap niet hoe je hier kunt fietsen. Een onverwachte kei en je ligt geknipt en geschoren 30 meter lager.
Dan stuurt een gele pijl me in het ongewisse. Het lijkt of ik weer naar de rivierbedding moet, maar ik kom geen enkel teken tegen. Wel schrikken drie reetjes van mijn zoektocht. Uiteindelijk loop ik terug en probeer ik het pad langs de weg. En dat blijkt goed. Verderop mag ik weer zo'n 150 meter dalen. Als er nou een begaanbaar pad door de rivierbedding was, dan zou de pelgrim deze omweg in de hoogte niet hoeven maken.
Dan zie ik een huisje voor buurman Ko: afgelegen en gegarandeerd eenzaam. Spaans hoef je niet te leren, want is geen buurman die op de koffie komt. Een opknappertje, het zal hooguit 15.000 Euro kosten. En je moet wat te doen hebben. Mocht je echt gezelschap zoeken of iets willen kopen, dan is Nacimiento het aangewezen dorp.
De klok slaat elf als ik de eerste huizen ervan bereik. Twaalf kilometer na vertrek kijk ik tegen een kerk, waar Jeanne d'Arc in het venster staat. Ze is heel jong op de brandstapel geeindigd.
Nu volgen nog 16 km rivierbedding, tussen bamboehagen. Er valt niets te zien. Later is het open en brandt de zon in mijn nek. Links ligt het gehucht Ocana. Daar zal Luis, de berggeit van de Tour in de jaren zeventig?, wel vandaan komen.
Na de viaducten van de autowegen gekruist te zijn, sta ik voor het Acueducto Molina los Arcos. Zeg troep van weleer, waar sommige mensen nu nog verrukt van worden.
Uiteraard ligt pension Mirasierra aan het eind van Abla. In mijn kamer staan nog spullen van de uitbater en de kamer naast de mijne wordt verbouwd. Over een uurtje is de herrie over, zegt de uitbater geruststellend. Het pension maakt zijn naam niet waar, want mijn kamer heeft geen ramen. Ik ben blij, dat ik even op een bed kan liggen. Het was een lange, pittige tocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten