donderdag 14 april 2016

Nederlanders

Do 14 april Hueneja - Alquife 21 km 07:55-13:10 zon
De sleutel mag ik weer terug brengen bij de Hermanos. Ik kom gelijktijdig aan met twee verzorgsters. De chef personeelszaken heeft er kijk op en ik kan zijn goede smaak alleen maar bevestigen. Prachtig gesneden gezichten, donkere ogen en een bos zwart krullend haar. Aan een mag ik de sleutel afgeven.
Twintig minuten later kijk ik uit op het volgende dal. Een metersdiep gat is met gele verf gemarkeerd. Als ik in dit sinkhole terecht sterf ik een eenzame en vroegtijdige dood, zij het in het harnas. Dat is altijd nog dan niet meer weten, dat je leeft. Er is natuurlijk ook een tussenweg bij de Hermanos.
Een stuk verderop liggen delen van een oude TV. Waarom gooit iemand die hier neer? Is het afvaldepot te ver?
In Dolar is de Moorse kerktoren een blikvanger. Het bovenste deel is met mozaiek bekleed. Verder zijn er een eenvoudig kasteel en moorse baden. Ik raak aan de praat met een man. Ja, de camino is die kant op. Als ik echter een paar honderd zuidwaarts loop en nog geen pijl heb gezien, pak ik de gps erbij. Fout dus. Terug lopend grijnst hij naar me en wijst die richting. Begreep hij mij nou zoeven niet? In het dorp blijkt de pijl met de juiste richting wat verstopt. Ik ben weer op de Camino.
Hij gaat tussen amandelboomgaarden met aarzelend ontluikende roze bloesems. In de verte staan wel honderd windmolens te pogen wind te vangen. Later op de dag zullen ze door de bergwind wel gaan draaien. Een enorm veld zonnepanelen schitteren in de zon.
In Ferreira wil ik het museum in het Moorse kasteel bezoeken, maar dat is alleen in het weekeinde open. Ik doe nog een poging bij het ayuntamiento, waar het wordt bevestigd.
Onderweg naar La Calahorra passeer ik de grens met de provincie Granada. Hoog boven het dorpje waakt een Renaissance kasteel over de inwoners. Volgens een oude man is het niet te bezichtigen. Ik zeg, dat hij beter met twee stokken kan lopen. Hij moet er om lachen en doet het voor.
Net voor Alquife zijn ijzerertsmijnen, Las Minas del Marquesado. In de negentiger jaren zijn ze gesloten, maar nu wordt gewerkt aan heropening vanwege de gestegen grondstofprijzen. De hele omgeving is roestbruin. Zo te zien aan het grote diepe gat is het een dagbouwmijn. Van het opgegraven afvalgesteente zijn grote platte heuvels gevormd.
In het dorp vraag ik naar Albergue Lacho. Die is helemaal aan het eind, wat vandaag en morgen weer minstens een halve km extra is. Op mijn ola komt een dikbuikige man gekleed in een morsig groen T-shirt naar buiten. Hij geeft me tegelijk een hand, Manolacho versta ik, en laat me de kamer en de rest zien. Als ik vanavond in het dorp wil eten, brengt hij me met de auto.
Niet voor het een of ander, maar terwijl ik dit schrijf zit ik in de warme zon en kijk ik uit op de besneeuwde toppen van Sierra Neveda. Je moet er wel meer dan 100 km voor ploeteren. Het kan erger.
In de hoek van de woonkamer staat een gitaar, waar het nodige aan moet gebeuren wil die bespeelbaar zijn. Lacho komt later met een beter exemplaar en als ik op de trap buiten ga spelen komt de hele familie langs: Alejandro, zijn broer, Andreas die in Zwitserland werkt, Pepe, de vrouw van een van beiden die zelf ook gitaar heeft gespeeld en het nu weer probeert. Al met al is het gezellig. Zelfs de ouders en oom en tante die in Limburg wonen, worden van mijn optreden op de hoogte gebracht.
In de avond gaan Lacho en ik in de bar eten. Ook daar weer veel familie en kennissen. Het Nederlandse echtpaar dat de Albergue La Balsa runt komt met een ander Nederlands stel binnen. Lacho vertelt van mijn gitaarspel. Eindelijk kan ik weer even Nederlands spreken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten