Zo 10 mei Almeria - Santa Fe de Mundejar 25 km 13:00-19:20 zon, wind
Het is pas half vijf als Marjolein me op Schiphol afzet. De vlucht gaat om 7 uur en brengt me in twee etappes naar Almería. In Barcelona is de overstap. De reis verloopt voorspoedig en ook mijn rugzak ligt binnen tien minuten op de band. Dat heb je met een klein vliegveld. Ik moet zelfs op de bus naar het station van Almeria wachten. Na een rit van 25 minuten sta ik om half een op mijn hoeven. De gemotoriseerde reis is voorbij, het lijden kan beginnen.
Het is wel weer wennen dat gewicht op je rug. Ik loop naar de kathedraal voor een stempel in mijn credenciaal. Dat rijmt onbedoelt. De mis is net afgelopen, de mensen komen naar buiten. Ik ga naar binnen en zie daar de pastoor, maar gezien zijn kleding zou het ook de bisschop kunnen zijn, en een andere geestelijke met mensen napraten. Na een tijdje vraag ik de aandacht en de geestelijke vraagt wat ik wil. Even later sta ik in een aparte ruimte waar hij de eerste stempel in mijn pelgrimspaspoort zet. De kathedraal is voor mij open gebleven en een hulp doet de inmiddels donkere kerk achter mij dicht. Met de klokslag van een uur wordt ik uitgeluid: 'Goede reis , Jan'.
Almeria, een stad om nog een keer te bezoeken vanwege het Alcazar, de Moorse burcht, en het museum voor Spaanse gitaren.
Het is zondag, familiedag in Spanje. Grootouders slenteren met kinderen en kleinkinderen langs de etalages of zitten op een terras of in een bar. Ik loop daar als vreemd wezen tussen. In min of meer rechte lijn naar het noorden loop ik de stad uit. Onderweg koop ik nog een fles water en een banaan. De camino is gemarkeerd met gele geverfde pijlen en speciale bordjes. Het blijft opletten, want in een stedelijk gebied kijk je er zo een over het hoofd. Aan de rand van de stad staat een metalen kunstwerk in de vorm van een wiel met de tekst: Bajo Andarax, oorsprong van de beschaving. Dat soort verwijzingen heb ik meer gezien in Italie, Griekenland, en je zult ze in vele landen tegenkomen. Misschien kunnen de inwoners gelet op de vele oorlogen eens nagaan, wat beschaving voor hun betekent.
In een tunnel heeft een graffiti kunstenaar zijn best gedaan op een kameleon, een vlinder en een gezicht. Kunst met een grote K, maar die stond al. Na Huercal sturen de pijlen mij een droge rivierbedding in. Kilometers moet ik die volgen. Het is moordend struinend langs, over en om grote kiezels, planten, struiken en rommel, door mul zand, springend over stinkende stroompjes water. Eindelijk kom ik in Rioja, waar ik een kamer heb geboekt in Casa Augustias. Ik bel aan, maar op welke knop en hoe vaak en lang ik ook druk, geen gehoor. Op naar de bar. Een man doet zijn best en belt verschillende nummers. Dan krijg ik een stortvloed aan woorden over me heen, we zijn in Andalucia, en ik pik er maar een paar woorden uit zonder er wat van te begrijpen. Ik dacht, dat hij iemand had bereikt die naar de casa zou komen en loop daarom daar weer heen. Na tien minuten nog niemand en ik terug naar de bar. Wederom een stortvloed en mijn niet begrijpende blik. Hij ratelt steeds dezelfde woorden in hsl-snelheid en doet dat steeds luider. Een vrouw uit de keuken biedt uitkomst, probeert eerst wat Engels, maar gaat daarna over in rustig Spaans: de casa blijkt gesloten. Zo eenvoudig kan het zijn. In Gador is volgens haar een mogelijkheid tot overnachting. Ik op weg, mis daarbij kennelijk een gele pijl en probeer bij een bord Gador weer op de route te komen. Auto's die ik aanhoud om de weg te vragen, stoppen niet. Al met al kost het me een berg tijd en een stuk omlopen. Een man onderweg bevestigt dat ik in Gador kan overnachten, nou waarschijnlijk buiten op een bank, want er blijkt geen herberg en zelfs geen stal voor deze eenzame pelgrim te zijn. Dat betekent doorlopen naar Santa Fe en het is inmiddels dik na zessen. Ik bel naar de casa en ik kan er overnachten. De sleutel moet ik ophalen in de bar, in het gehucht, wat nog ruim een kilometer verder is. Redelijk op mijn tandvlees kom ik om 19:20 uur bij de casa. Daar bel ik opnieuw en doe net of ik het niet helemaal begrepen heb met die sleutel. Toevallig moet dochter toch met de auto weg en tien minuten later verschijnt ze. Ik heb de hele casa voor mij alleen. Eerst een kop bouillon, daar knapt een mens van op. Dan een uiltje. En tegen half negen sta ik gedoucht in de bar, alsnog die kilometer verder. Una cana of liever una jarra, zeg maar een teil, cerveza, por favor, luidt mijn bestelling. Deze is louter om het vocht aan te vullen, dus niet uit drankzucht. Na een reuze berg sla met tomaten, olijven en vis, komt een groot bord patat met vis, en een flan met perzik als toetje. Ik moet zeggen, ik had best wel trek, maar zoveel nou ook weer niet.
Vandaag is tennisvriendin Yvon jarig. Een week geleden sprak ik haar nog over de tocht. Gefeliciteerd meisje vanuit het verre zuiden. Vandaag ook is Parijs - Roubaix, de martelgang over de kasseienstroken in het noorden van Frankrijk. Na 100 km stuiteren de wielrenners over de eerste kinderkopjes en dat gaat zo door tot het eind, zo'n 27 stroken. Na 257,5 km kennen we de winnaar. De marathon die vandaag in Rotterdam wordt gelopen is wat korter, na 42.195 meter en 2 uur en wat minuten kennen we de winnaar al.
Thuisgebracht door de vriendelijke waard, hij blijft zelfs wachten totdat de deur opengaat en ik hem een bedankje toewuif, lig ik om tien uur in bed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten