Do 5 mei Campanario - Don Benito 29 km 07:05-14:45 bewolkt
Ben had net zo goed in mijn kamer kunnen liggen, want het bordkartonnen wandje is niet bestand tegen zoveel nachtelijk geluid.
Om even voor zeven uur kijk ik bij de verschillende bars om te zien of ze al open zijn voor een desayuno. Er zit geen beweging in en ik ga dan maar om vijf over zeven op pad. Het is door de bewolking net licht aan het worden.
Buiten het dorp zie ik voor me Fernando lopen - die haal ik later in, hij heeft in de deportivo geslapen - en achter me komen de anderen.
In Magacela vraag ik waar de bar is, want na twee uur lopen zonder iets in mijn maag begin ik toch wel trek te krijgen. Boven in de burcht, zeg de man. Even de Domtoren op voor koffie en een tostada. Er staat een man met een paar bundeltjes kousen en wil er een aan mij verkopen. Ik zeg, dat ik al alles bij me heb. Hij reageert een beetje verontwaardigd als ik niets koop. Dat doen toeristen altijd, is zijn argument. Bij de bar aangekomen blijkt die dicht. Volgens een vrouw moet hij wel open gaan, maar ze weet ook niet hoe laat. Ik bel Kees om te voorkomen dat de anderen voor niets de hele klim moeten maken en ga bij een nagemaakt oud monument wat eten. Na een minuut of tien komt dan toch de waard en ik bel Kees weer. En zo zitten we met z'n vijven de dagomzet te verhogen.
Ik stap weer als eerste op, inmiddels heb ik een pauze van ruim een half uur gehad en begin wat stijf te worden.
Zal ik de weg nemen of het pad naar beneden. Het wordt het een laatste. Veel mieren kruisen mijn weg. Sommigen dragen grote stukken van graanaren. Voor ons zou het betekenen dat we een halve boom verslepen. Mieren vormen een rondlopende ketting en geven daarbij aan hun nestgenoten signaalstofjes af. Ingeniaal, niet waar? Vele kleintjes maken het werk licht. Waar was ik? Staan die Ben en Kees ineens op de kruising van mijn pad met de weg. Valse pelgrims door het lijden op die manier te verlichten.
Om het debacle van gisteren te voorkomen, wacht ik voor een nieuw uitziende albergue in La Haba. Er stopt een auto voor waar een vrouw uitstapt die op mij afkomt. Overnacht je morgen in Medellin, vraagt ze en overhandigt me een papiertje met haar naam, Micaela, en telefoonnummer. Ze verhuurt kamers voor dezelfde prijs als de albergue, maar dan wel met ontbijt. Op mijn verzoek schrijft ze ook haar adres erbij. Omdat ik toch dagen over heb, denk ik eraan om een extra dag in Medellin te blijven en haar te vragen mijn kleding eens goed in een machine te wassen, want van mijn witte shirt kun je soep trekken.
De anderen arriveren ook. De albergue blijkt pas volgend jaar te worden geopend, er moet nog een keuken worden geplaatst en hij moet nog worden ingericht. Daar gaan wij niet op wachten. Na een cola loop ik verder. Nog zeven kilometer naar Don Benito. Tussen het koren kleurt het rood van de klaprozen. Het begint een beetje te spetteren.
In Don Benito wacht ik weer op de anderen. Een Spanjaard op een toerfiets met elektrische motor stopt bij me en zegt na een babbel, dat hostal Galicia goed is. Later belt Riecky naar het hostal en reserveert kamers voor ons.
Het spetteren is overgegaan in regen en de verdere dag zal het zo blijven.
Voor mijn vertrek heb ik mijn vijver eens goed uitgebaggerd, de vissen hadden het daarna prima naar hun zin en lagen vaak in de zon te genieten. Om precies te zijn veertien goudvissen, klein gekocht of gekregen, en met liefde opgekweekt tot prachtige exemplaren van 15 tot 20 centimeter met sierlijk wapperende sluiers. En nu ontving ik het bericht dat meneer Reiger ze smaakvol heeft verorberd. Hij was er zelfs nog voor op de tuintafel gaan zitten. De ploert. Gelukkig kom ik binnenkort weer bij firma Vermeulen's siervissen BV die er misschien weer een paar uit hun overvolle kweekvijver kunnen scheppen.
donderdag 5 mei 2016
Goudvissen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten