Di 19-06-2018 Priverno - Terracina 26 km 07:25-14:15 zon
Na de dag voor gevorderden is het vandaag een makkie, nou ja, redelijk te doen. Negen katten, twee honden en de vrouw des huizes zwaaien me uit. Vanuit het casa ga ik af en toe de gps gebruikend door een bosgebied. Jammer dat de route naar Abbazia di Fossanova niet gewoon helemaal gemarkeerd is. Er staan meest donker getinte mannen eikeschors op te laden. Hier worden kurken van gemaakt. Een gewone schroefdop werkt niet zo goed, zo niet beter, maar getob hoort nu eenmaal bij wijn. Ze vragen wat ik doe, waar ik vandaan, enz.
De abdij van Fossanova is van de Cistenzienzer orde. Nu om negen uur is er niets open. Leuk het gezien te hebben.
Na de abdij geen markering van de route te zien. Ik duik een pad naast de rivier in, dat moet wel zijn, maar het is overwoekerd door braamstruiken. Ik ga een paar honderd meter over het land ernaast en probeer het pad opnieuw. Het blijft behelpen. Pas een kilometer verderop wordt het beter. Inmiddels ben ik geknipt en geschoren. Waarom hebben planten en struiken trouwens doorns. Bij de christusdoorn kan ik het begrijpen, anders klopt het verhaal niet, maar bij een braamstruik?
Verder gebeurt er onderweg niet veel. Een man biedt me water aan. Ik laat hem zien waar ik water vandaan haal. Hij moet er vreselijk om lachen.
Het gebied waar ik vandaag doorheen loop was vroeger moeras. De Via Appia overstroomde dan ook regelmatig. Vele pogingen werden door de eeuwen heen gedaan om het gebied droog te leggen. Ook pausen bemoeiden zich ermee. Paus Bonifatius VIII dacht dat een kanaal tussen de rivieren Nimfa en Cavata het probleem zou oplossen, maar nee. Tijdens het bewind van Mussolini werd met het graven van vele kanalen het moerasgebied in 1930 eindelijk drooggelegd.
Pas bij Terracina zijn er weer witrode tekens van de Via Francigena te zien. Een knap warm dagje vandaag en ik ben blij dat ik er ben. Ik vraag aan Franciska of ik nog een dag mag blijven. Na wat overleg met haar zoon kan dat. Ze helpen me bij van alles: ik kan de was brengen, zoonlief brengt me naar de schoenmaker, enz.
Hij is lastig te verstaan, want net als zijn moeder, slist hij. Hij brengt me naar de schoenmaker en tolkt voor me. Franciska heeft al tegen me gezegd, dat je nooit weet wanneer ze klaar zijn. Ik zeg dat ik pelgrim ben en vraag met nadruk of ze morgen klaar kunnen zijn. Morgen na vijf uur, is het antwoord. En nu maar afwachten. Ik biedt Mario wat te drinken aan en we praten over zijn leven hier. Hij heeft een tumor in zijn hoofd gehad en is toen in Duitsland behandeld. Franciska is destijds aan een Italiaan blijven hangen. TV-programma's over dit onderwerp zijn er genoeg.
Ik blijf in het dorp terwijl Mario weer naar huis gaat. Zelden, misschien wel nooit, heb ik zo'n lekker Italiaans ijsje gegeten. Morgen weer.
Op het plein in de oude buurt oefenen meiden van kleuter tot puber voor een balletuitvoering. Mijn eega zat tot na haar dertigste ook op ballet, maar als ze nu in een spagaat komt zit ze tegelijk vast aan de grond.
Bij Vesuvius is een pelgrimsmenu te krijgen. Ik heb echter genoeg aan de eerste gang. Nu snap ik waarom er nogal wat te dikke Italianen rondlopen. Met deze hoeveelheden eten kun je drie mensen voeden.
Na de dag voor gevorderden is het vandaag een makkie, nou ja, redelijk te doen. Negen katten, twee honden en de vrouw des huizes zwaaien me uit. Vanuit het casa ga ik af en toe de gps gebruikend door een bosgebied. Jammer dat de route naar Abbazia di Fossanova niet gewoon helemaal gemarkeerd is. Er staan meest donker getinte mannen eikeschors op te laden. Hier worden kurken van gemaakt. Een gewone schroefdop werkt niet zo goed, zo niet beter, maar getob hoort nu eenmaal bij wijn. Ze vragen wat ik doe, waar ik vandaan, enz.
De abdij van Fossanova is van de Cistenzienzer orde. Nu om negen uur is er niets open. Leuk het gezien te hebben.
Na de abdij geen markering van de route te zien. Ik duik een pad naast de rivier in, dat moet wel zijn, maar het is overwoekerd door braamstruiken. Ik ga een paar honderd meter over het land ernaast en probeer het pad opnieuw. Het blijft behelpen. Pas een kilometer verderop wordt het beter. Inmiddels ben ik geknipt en geschoren. Waarom hebben planten en struiken trouwens doorns. Bij de christusdoorn kan ik het begrijpen, anders klopt het verhaal niet, maar bij een braamstruik?
Verder gebeurt er onderweg niet veel. Een man biedt me water aan. Ik laat hem zien waar ik water vandaan haal. Hij moet er vreselijk om lachen.
Het gebied waar ik vandaag doorheen loop was vroeger moeras. De Via Appia overstroomde dan ook regelmatig. Vele pogingen werden door de eeuwen heen gedaan om het gebied droog te leggen. Ook pausen bemoeiden zich ermee. Paus Bonifatius VIII dacht dat een kanaal tussen de rivieren Nimfa en Cavata het probleem zou oplossen, maar nee. Tijdens het bewind van Mussolini werd met het graven van vele kanalen het moerasgebied in 1930 eindelijk drooggelegd.
Pas bij Terracina zijn er weer witrode tekens van de Via Francigena te zien. Een knap warm dagje vandaag en ik ben blij dat ik er ben. Ik vraag aan Franciska of ik nog een dag mag blijven. Na wat overleg met haar zoon kan dat. Ze helpen me bij van alles: ik kan de was brengen, zoonlief brengt me naar de schoenmaker, enz.
Hij is lastig te verstaan, want net als zijn moeder, slist hij. Hij brengt me naar de schoenmaker en tolkt voor me. Franciska heeft al tegen me gezegd, dat je nooit weet wanneer ze klaar zijn. Ik zeg dat ik pelgrim ben en vraag met nadruk of ze morgen klaar kunnen zijn. Morgen na vijf uur, is het antwoord. En nu maar afwachten. Ik biedt Mario wat te drinken aan en we praten over zijn leven hier. Hij heeft een tumor in zijn hoofd gehad en is toen in Duitsland behandeld. Franciska is destijds aan een Italiaan blijven hangen. TV-programma's over dit onderwerp zijn er genoeg.
Ik blijf in het dorp terwijl Mario weer naar huis gaat. Zelden, misschien wel nooit, heb ik zo'n lekker Italiaans ijsje gegeten. Morgen weer.
Op het plein in de oude buurt oefenen meiden van kleuter tot puber voor een balletuitvoering. Mijn eega zat tot na haar dertigste ook op ballet, maar als ze nu in een spagaat komt zit ze tegelijk vast aan de grond.
Bij Vesuvius is een pelgrimsmenu te krijgen. Ik heb echter genoeg aan de eerste gang. Nu snap ik waarom er nogal wat te dikke Italianen rondlopen. Met deze hoeveelheden eten kun je drie mensen voeden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten