zaterdag 30 juni 2018

Zwaarste etappe

Za 30-06-2018 Buonalbergo - Celle di San Vito 28,8 km 07:10-16:05 zon
Vannacht ben ik getreiterd door een mug, meestal zijn dat vrouwtjesmuggen. Waarom ik, waarom nu?
Ik ben net beneden en zit mijn schoenen aan te trekken, als Fernanda met het ontbijt binnenkomt. Ze woont een stuk verder op in de straat. Ze heeft verrukkelijke zelfgemaakte jam en ik smeer het ruim op mijn brood.
Ik bedank haar nogmaals voor de hulp en sta om 07:10 uur buiten. Het wordt een lange, zware etappe. Het begint al direct met 140 meter dalen met percentages waarbij je tenen voorin je schoen stuiten. Je moet vol in de remmen, anders ga je steeds harder lopen en voor je het weet lig je geknipt en geschoren in het dal.
Ik loop over een perceel met stoppels, het graan is inmiddels geoogst en het stro ligt in rollen over het land verspreid, en zie overal op de uiteinden van de stoppels slakken zitten met witbruine huisjes. Waarom ze zo hoog zitten ontgaat me.
Hé, een bar. Die kan ik wel gebruiken, maar volgens de oude vrouw is hij reeds lang geleden gesloten.
Kilometers verderop, ik ben inmiddels uitgeknepen als een citroen, is een agriturisme met een mercato. Er is alleen niemand. Ik ga op een van de stoelen onder de boom in de schaduw zitten om een broodje naar binnen te werken. Je hebt wat kilocalorieën aan voedsel nodig op een dag als deze. Dan komt er een auto aan, een vrouw stapt uit en ik vraag of ik een cappuccino kan krijgen en een cola. Dat laatste is niet zo'n probleem, dat eerste duurt wat langer en wordt een sloot opgewarmde melk met wat koffie erin. Nou ja, het is vocht moet je maar denken.
Dan komt oma er nog even aangehobbeld met iets wat in Nederland nauwelijks rollator mag heten, zet zich in de stoel naast me en begint een praatje. Ook zoonlief probeert wat Engels op me uit.
En het gaat maar omhoog en dit kun je toch geen gebaand pad noemen, ook al zegt mijn gps dat dit echt de Via is. En dat gebeurt vaker vandaag. Je loopt je vast in een korenveld of tegen een hek of rivier.
Er staan in deze regio ontelbare windturbines. Een type valt me op: ze hebben maar één wiek met een contragewicht. Misschien weet mijn elektrisch opgeleide buurman hiervoor een verklaring. Met drie wieken heb je volgens mij een veel groter windvermogen.
Op een paar kilometer voor Celle di San Vito sta ik op het hoogste punt van de Via Francigena del Sud, 840 meter. Maar ik ben er nog niet, de beker moet tot de laatste druppel worden leeggedronken. Het gaat weer steil naar beneden en weer naar boven, en ik kan de huizen van Celle al aanraken, wit zijn ze met rode daken. Het is een heel smal dorp met maar een enkele straat. Ik loop tussen een laan van bloemen. Nog even en je bent er wuiven de klaproosjes op de wind. De andere bloemen wuiven mee. Het lijkt de intocht van de Nijmeegse Vierdaagse wel. Wat gaat het steil naar beneden en dan ben ik er. Nog even vragen waar La Fontanelle is. Natuurlijk, een lange trap af, naar later blijkt het restaurant. Patrizia, een leuke vrouw, biedt me eerst una birra aan, alvorens de zakelijke dingen te regelen.
Voor de kamer moet ik haar volgen en dat is weer de trap op. De kamer is in een huis in het dorp.
Een goudgele avondzon strijkt over het eindeloze vlakke landschap.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten