dinsdag 10 juli 2018

Tau

Di 10-07-2018 Mola di Bari - Monopoli 25 km 06:55-13:40 zon
Toen ik op bed lag was er een feestje aan de overkant. Er werd gezongen, geklapt, gestampt en dit alles met een trommel begeleid. Leuk, ik had zo mee willen doen, maar het ging door tot tegen twee uur en dat vond ik wat laat.
In een nis van de keuken staan een groot vat met honderden liters water en een pomp. Ieder huis heeft dit om gegarandeerd te zijn van water. De levering laat kennelijk nog wel eens te wensen over.
Als je de afwas doet hoor je het water in een afvoerbak in dezelfde nis weglopen. Nee, het wordt niet gerecycled.
Op dit vroege uur zitten de oude mannen alweer buiten en er zijn veel sportieve vrouwen aan de wandel. Na een paar kilometer gaat de Via het spoor en de snelweg over en loop ik urenlang tussen de druiven. Als ik het spoor weer over moet, blijkt de overgang te zijn weggehaald. Een man aan de andere kant ziet me kijken hoe ik nu naar de overkant kan komen. Hij geeft aanwijzingen en zegt als hem heb bereikt, dat er eerst een overgang was met lichten. Nu verhinderen betonnen muren op dezelfde plaats de oversteek. Caffè, grap ik. Nog drie kilometer en je bent in Polognano, zegt ie. Daar aangekomen moet ik echt wel even rusten. Bovendien voel ik mijn rechter voet.
Links de zee, rechts de weg. Ik loop op het fietspad langs de weg. De laatste dagen kom ik ze steeds vaker tegen, maar aan de CROW ontwerpregels hebben de verkeerskundige zich niet gehouden. Met 1,5 meter veel te smal voor dubbelgericht en ze zijn met de hoge banden en hekken er langs verre van vergevingsgezind. En het onderhoud laat zwaar te wensen over met al die overhangende oleanders en andere struiken, de kuilen en putten, en de troep die er op ligt. De fietser moet maar zien.
Het Convento van Francesco ligt aan de andere kant van de stad. Umberto ontvangt me en wijst me de kamer. Ik vraag, wijzend op de wasmachine, of mijn kleding daarin mag. Hij zegt, dat ik de kleren maar aan hem moet geven.
Na wat eten en een douche val ik als een blok in slaap.
In de namiddag ga ik al het schoons van de oude burcht bekijken. Genoeg oude kerken en kastelen te zien. Het is gelukkig niet zo druk als in Bari, waar je soms opstoppingen had in de nauwe straatjes.
Ik eet een lekker visje. Als ik terug kom op het convent, zegt Umberto, dat mijn kleding op mijn bed ligt. Wat een service. We gaan naar sacristie voor een stempel in mijn credencial. Weer een mooi plafond. Humberto vindt het duplicaat van Franciskaner kruis meer waarde hebben. Het is een fraai beschilderd kruis dat de middelste arm van een zevenarmige kandelaar vormt. Als we de sacristie uitlopen geeft hij me een hanger met het Tau-teken, waar ik heel blij mee ben. Dit zijn de waardevolste dingen van de tocht.

1 opmerking:

  1. Leuk Jan, in die buurt waren wij met GJEM vorig jaar herfstvakantie. Je schiet lekker op!

    BeantwoordenVerwijderen