maandag 9 mei 2022

Dagboek van een herdershond

Ma 09-05-2022 Nerpio - El Sabinar 22,8 km 09:00-16:00 zon met wolkjes

Je hoeft toch niet zo te blaffen als er mensen langskomen, zeg ik tegen die keffer boven. Mijn vriendje en ik stappen op de passerende mensen af en lopen een stukje mee. Ik ben een witte schaapshond en mijn maatje is bruin. Geen idee welk merk het is maar hij gedraagt zich altijd stoer. De mensen zien er wat vreemd uit: ze hebben allebei een rugzak op, waar is dat nou voor nodig? Die heb toch ook niet? En eentje draagt een hoed en zonnebril, en heeft een snor.

Terwijl we met hun meelopen vertellen ze, dat ze aan het wandelen zijn. Ze hoorden de klok 9 uur luiden toen vertrokken. Daarna hebben ze door de kloof van Zarzalar gelopen, waar de Taibilla doorheen stroomt. Ze vertellen over de touwbrug en de vele planken en boomstammen om de rivier over te steken. En de plankieren met kettingen om overhangende rotsen te passeren. Spectaculair, zeiden ze. Ik weet niet wat dat betekent, maar ik geloof wel dat ze genoten hebben.

We lopen verder en ineens zeggen ze, dat we terug moeten. We snappen er niets van. Bij de overstroomde weg waden ze door het water. En weer roepen ze: ga terug! Mijn vriendje gaat naar huis, maar ik blijf hun volgen. Ik zet steeds mijn geurvlaggen uit, dus weet ik heus wel hoe ik terug moet lopen naar huis. Ik word wel moe, maar gelukkig kan ik bij het stuwmeer even het water in om te drinken en af te koelen. Pfff, wat lopen ze ineens hard, ik houd ze bijna niet bij. Steeds roepen ze maar, dat ik terug moet, maar ik vind ze juist zo aardig. En nou gooien ze ineens met takken en stenen naar me en roepen vreemde woorden. Ik snap er niets van. Ik doe ze niets.

We lopen al 2 uur en nu gaat het pad ook nog omhoog. Door de steenslag doen mijn voeten zeer en ik heb het warm. Gelukkig stoppen ze om wat te eten. Ik loop hun voorbij en ga een stukje verderop liggen. Die andere, met het rode haar, geeft me stuk brood. Dat gaat er wel in. Ze loopt moeilijk, ik denk door pijn in haar been.

Ik raak steeds meer achterop, maar door mijn goede neus kan ik hun geurspoor wel volgen. Ze moeten zich eens nodig wassen. En steeds weer roepen ze, dat ik terug moet. Hè gelukkig, daar is een plas. Even in badderen en drinken. Jeempie, wat is mijn buik ineens smerig.

Ik hoor de klok vier keer slaan. De mensen zitten op een terras te eten. En ik dan? Ik hoor, dat ze het met het personeel over mij hebben. 'Hij is van Villa Turrilla meegelopen, 15 km, 4 uur.' Gelukkig vragen ze een bak water voor mij en ik krijg zelfs een stuk vlees en een paar eieren. Daar knap ik van op. Nu ga ik in de schaduw slapen. Af en toe zie ik door mijn oogharen die snor met wasgoed bezig of met zijn telefoon. Hoe ik thuiskom weet ik nog niet.

3 opmerkingen: